Autisme ontstaat door een complexe samenwerking van genetische en omgevingsfactoren. Het is geen gevolg van opvoeding, vaccinaties of voeding (dit is wetenschappelijk weerlegd).
Genetische factoren (80-90%)
Autisme is sterk erfelijk. Als één kind autisme heeft, is de kans voor een tweede kind 10-20% (tegenover 1-2% in de algemene bevolking).
- Meerdere genen – Er zijn honderden genen geïdentificeerd die kleine bijdragen leveren, geen enkel gen “veroorzaakt” autisme
- De novo mutaties – Soms ontstaan nieuwe mutaties tijdens de bevruchting, niet overgeërfd van ouders
- Genetische syndromen – Bij 10-15% is er een bekend syndroom (zoals Fragiele X of TSC) dat samengaat met autisme
Omgevingsfactoren (10-20%)
Deze verhogen het risico licht, maar veroorzaken het niet alleen:
- Zwangerschapscomplicaties – Extreme premature geboorte, laag geboortegewicht, of infecties tijdens de zwangerschap
- Ouderlijke leeftijd – Iets hoger risico bij zeer jonge of juist oudere ouders (vooral vader)
- Geen bewijs voor – Vaccinaties, gluten/caseïne, of parenting style veroorzaken geen autisme
Het neurologische beeld
Hersenscans tonen verschillen in de verbindingen tussen neuronen: bepaalde gebieden zijn hyperverbonden (details), andere hypoverbonden (geheeloverzicht). Dit verklaart veel autisme-kenmerken.