Autisme zelf wordt niet erger, maar de impact ervan kan wisselen door het leven heen. Sommige fasen zijn uitdagender dan andere, maar er is ook veel positieve ontwikkeling mogelijk.
Levensfasen en autisme
Kleuter (0-6 jaar)
Often de meest zichtbare periode. Peuters kunnen rigide zijn en hebben veel ondersteuning nodig. Tegelijkertijd is de hersenplasticiteit groot: vroege interventie heeft veel effect.
Schoolkind (6-12 jaar)
De sociale wereld wordt complexer. Vriendschappen vereisen meer nuances (groepsdynamiek, indirect taalgebruik). Sommige kinderen krijgen hier meer moeite mee, anderen leren juist goede coping strategies.
Puberteit (12-18 jaar)
Een heftige periode: hormonen, toenemende sociale eisen, en het besef van “anders zijn”. Depressie en angst komen vaker voor. Goede begeleiding is nu cruciaal.
Volwassenheid
Veel volwassenen met autisme geven aan dat ze zich stabieler voelen dan in de jeugd. Ze hebben hun grenzen leren kennen, een passende omgeving gevonden, en accepteren zichzelf beter.
Wat lijkt op “erger worden”?
- Masking vermoeidheid – Het camoufleren van autisme kost zoveel energie dat het lijkt alsof de symptomen toenemen (burn-out)
- Veranderende eisen – De basisschool was passend, maar het VO is een te grote stap qua zelfstandigheid
- Secundaire problemen – Angst of depressie kunnen de autisme-kenmerken versterken
De goede ontwikkeling
Met de juiste ondersteuning wordt het leven met autisme vaak makkelijker naarmate men ouder wordt. Volwassenen met autisme rapporteren hogere levenstevredenheid dan tieners met autisme.