Een autisme-diagnose mag alleen worden gesteld door bevoegde professionals. Niet elke hulpverlener is hiervoor opgeleid, wat soms tot verwarring leidt.
Wie mogen diagnosticeren?
1. Klinisch psycholoog / GZ-psycholoog
Dit zijn de meest voorkomende diagnostici in de GGZ. Ze gebruiken gestandaardiseerde instrumenten (ADOS-2, ADI-R) en zijn BIG-geregistreerd.
2. Kinder- en jeugdpsychiater
Bij complexe casussen, als er sprake is van comorbiditeit (ADHD, angst, depressie), of medicatie-overwegingen. Altijd een arts.
3. Orthopedagoog-generaal / Klinisch neuropsycholoog
Ook bevoegd, vaak werkzaam in gespecialiseerde centra of academische ziekenhuizen.
4. Verstandelijk gehandicaptenarts (VG-arts)
Bij mensen met een verstandelijke beperking + autisme.
Wie mogen NIET diagnosticeren?
- Logopedisten – Wel onderdeel van het onderzoeksteam, maar geen eindverantwoordelijke diagnose
- Huisartsen – Verwijzen door, stellen geen diagnose
- Coach/consulent – Ondanks goede bedoelingen, geen medische diagnose bevoegdheid
- Schoolpsycholoog – Kan signaleren, maar geen medische diagnose stellen (wel een onderwijskundige advisering)
Multidisciplinair team
Een goede diagnostiek gebeurt vaak door een team:
- Psycholoog (leidend)
- Psychiater (indien medicatie of complex)
- Logopedist (taalonderzoek)
- Pedagoog (gezinsdynamiek)
Kwaliteitscheck
Vraag altijd naar:
- BIG-nummer (registratie medische beroepen)
- Certificering voor ADOS-2 (dit is verplicht voor betrouwbaar gebruik)