Taalontwikkeling verloopt anders bij autisme. Sommige kinderen beginnen later, anderen gebruiken alternatieve communicatie. Geduld en de juiste aanpak zijn essentieel.
Begrijp eerst de basis
Voordat een kind kan spreken, moet het:
- Geluiden kunnen imiteren (nadoen)
- Begrijpen dat een woord iets vertegenwoordigt (symbolisch denken)
- Motivatie hebben om te communiceren (sociale drive)
Concrete stappen
Fase 1: Pre-verbaal (0 communicatie)
- Imiteer de geluiden die het kind maakt (turn-taking)
- Gebruik veel “briging”: handeling + woord (“drinken”, terwijl je drinkt)
- Maak communicatie noodzakelijk: leg favoriete speelgoed net buiten bereik
Fase 2: Eerste woorden
- Focus op functionele woorden (meer, aan, uit, help) in plaats van dierennamen
- Gebruik één woord meer dan de kind zegt (kind zegt “bal”, jij zegt “grote bal”)
- Vermijd ja/nee vragen (daar kom je niet verder mee)
Fase 3: Zinnen bouwen
- Gebruik visuele hulpmiddelen (PECS: Picture Exchange Communication System)
- Oefen in de echte situatie, niet aan tafel (bij de koelkast voor “drinken”, bij de deur voor “open”)
- Geef ruimte: wacht 10 seconden na je vraag
Wanneer professionele hulp?
Als je kind op 2-jarige leeftijd nog geen woorden gebruikt of op 3-jarige leeftijd geen twee-woordszinnen, schakel dan een logopedist in. Vroegtijdige logopedie kan het verschil maken.