Autisme uit zich op vele manieren, maar alle varianten vallen binnen twee hoofdgebieden. Het belangrijkste om te onthouden: elk kind is uniek, niet elk kenmerk is bij elk kind aanwezig.
1. Sociale communicatie en interactie
- Non-verbale communicatie – Minder gebruik of begrip van gebaren, gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal
- Ontwikkelingsachterstand in sociale vaardigheden – Moeite met het onderhouden van vriendschappen, delen van interesses, of meedoen met groepsspel
- Wederkerigheid – Gesprekken voeren gaat moeizaam (te veel over eigen interesse, niet doorvragen naar de ander)
- Emotionele afstemming – Moeite met herkennen van emoties bij anderen of adequaat reageren op verdriet/blijdschap
2. Beperkte, repetitieve gedragspatronen
- Repetitief gedrag – Wiegen, draaien, handflapperen, of het herhalen van geluiden (stimming)
- Rigiditeit in routines – Extreme noodzaak aan voorspelbaarheid; kleine veranderingen leiden tot intense stress
- Speciale interesses – Zeer diepgaande, intense interesse in specifieke onderwerpen (treinen, dinosauriërs, cijfers)
- Sensorische aspecten – Over- of ondergevoeligheid voor geluid, licht, aanraking, smaak of geur
Co-morbiditeit
Veel kinderen met autisme hebben ook last van angst, ADHD, slaapproblemen of buikpijn. Dit zijn geen kenmerken van autisme zelf, maar wel veelvoorkomende bijkomende uitdagingen.