De juiste schoolkeuze hangt af van het ondersteuningsniveau dat je kind nodig heeft. In Nederland geldt “passend onderwijs”: elk kind heeft recht op onderwijs dat bij hem past, het liefst dichtbij huis.
De drie ondersteuningsniveaus
1. Basisondersteuning (reguliere school)
- Geschikt voor – Kinderen met autisme niveau 1 (vroeger ASS), goede cognitieve capaciteiten
- Ondersteuning – Intern begeleider, visuele hulpmiddelen, evt. een rugzakje (indicatie leerlinggebonden financiering)
- Voordelen – Contact met neurotypische peers, geen etiket
2. Extra ondersteuning (sbo of cluster 2 speciaal onderwijs)
- SBO (Speciaal Basis Onderwijs) – Kleinschaliger, meer structuur, op de reguliere schoollocatie of apart
- Speciaal onderwijs cluster 2 – Voor kinderen met autisme die meer zorg nodig hebben, vaak met verblijfsmogelijkheid
3. Intensieve ondersteuning (cluster 3 of 4)
- Voor kinderen met autisme en een verstandelijke beperking of zeer complexe gedragsproblemen
- Vaak medische zorg op school aanwezig
Hoe kies je?
Beslis op basis van:
- De sociale dynamiek – Kan je kind omgaan met 30 leerlingen in een klas?
- Zelfstandigheid – Kan het zelfstandig werken of heeft het constant sturing nodig?
- Sensorische behoeften – Kan de school een rustplek bieden?
Het aanmeldproces
Begin tijdig (1-1,5 jaar van tevoren). Leg contact met de ondersteuningscoördinator van de school en vraag om een proefdag. Een goed ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) helpt bij de argumentatie.